Natuurlijk is het onrealistisch om kinderen en tieners niet meer om te laten gaan met zoekmachines zoals Google en Bing. Dergelijke websites zijn immers de toegang tot alles wat de wereld te bieden heeft; van social media, tot het spelen van spelletjes, van het kijken van video’s, tot het kopen van leuke kleding, gadgets of wat ze ook nodig hebben tegenwoordig. Maar hebben kinderen dit allemaal nodig onder schooltijd, of wanneer ze huiswerk aan het maken zijn? Waarschijnlijk niet. Daarom wil ik in deze blog graag uitleggen waarom ik vind dat “Google het maar” niet zomaar gezegd moet worden tegen leerlingen als zij online naar informatie moeten zoeken voor hun schoolwerk. In een officieel rapport uit 2015 staat dat 60% van Nederlandse middelbare scholieren Google gebruikt om informatie te vinden voor huiswerkopdrachten [1]. In de Verenigde Staten ligt dit percentage zelfs nog hoger, blijkt uit een onderzoeksrapport. 94% van de leerkrachten die mee hebben gedaan aan het desbetreffende onderzoek zijn van mening dat hun studenten “heel waarschijnlijk” Google of een andere zoekmachine gebruiken voor een gemiddelde onderzoeksopdracht [2]. Maar wat is nou precies het probleem?

De donkere kant van Google

Ik wil niet teveel praten over de “horrors” van YouTube, maar ik kan het ook niet onbesproken laten. Het internet is zo enorm gegroeid de afgelopen jaren maar dit komt niet alleen door menselijke inspanningen. Op YouTube wordt een groot deel van de video’s namelijk gemaakt en bekeken door bots en zijn het zelfs deze bots die op veel van de filmpjes reageren. James Bridle heeft een diepe duik genomen in de donkere kant van Google en YouTube, en maakt duidelijk aan de lezer dat er iets verschrikkelijk mis is op het internet [3]. Uit Bridle’s artikel komt heel duidelijk naar voren waarom YouTube als oplossing maar liefst 10.000 nieuwe contentmedewerkers zou moeten aangenomen in 2018 [4]. Je hebt nou eenmaal zoveel mensen nodig om de bots te kunnen verslaan om met name je (jongere) klanten te kunnen beschermen tegen ongepaste content.

Betrouwbaarheid van content

Laten we maar zeggen (of hopen) dat we de gebruikers, ten minste de jonge kinderen, kunnen beschermen tegen de ongepaste dingen op het internet door middel van safety filters of software zoals Google Family Link. Maar alle informatie die wél door de filters heen komt of wordt geclassificeerd als geschikte content, is ook niet per definitie betrouwbaar. Het grootste probleem is dat het de meerderheid van de mensen niet interesseert of een rapport wel of niet waar is [5]. Het is nou eenmaal heel menselijk om alles wat je ziet of leest gewoon aan te nemen, met name online. Dit probleem is helaas nog groter onder kinderen en tieners.

Als deze gebruikers het belang niet inzien om de betrouwbaarheid van online informatie te moeten beoordelen, dan is het bijna onmogelijk om ze te leren hoe ze dit zelf kunnen doen. In zijn artikel, “Hoe je kinderen moet leren om informatie online kritisch te beoordelen”, doet W. Ian O’Bryne een poging om aan kinderen uit te leggen hoe dit werkt [6]. Maar wat er voor mij meer uitspringt, is hoe moeilijk dit blijkbaar wordt gevonden door kinderen en tieners. Natuurlijk moeten ze dit leren en voorbereid worden op wat er later op school, tijdens college, of in het dagelijkse leven kan gebeuren, maar we kunnen niet van ze verwachten dat ze de betrouwbaarheid van websites altijd goed kunnen inschatten als ze online aan het browsen zijn.

Leesbaarheid van content

Vroeger, toen het internet er nog niet was, haalden kinderen informatie gewoon uit tekstboeken waarvan de betrouwbaarheid al was vastgesteld door bijvoorbeeld de uitgeverij. Ook waren de teksten in deze boeken geschreven voor een bepaald leesniveau. Maar toen kwam het internet de klas in, en plotseling was het normaal om de beoordeling van informatie over te laten aan de leerlingen zelf. Ook lijkt het tegenwoordig normaal om leerlingen stof te laten lezen en begrijpen, die helemaal niet voor hun leeftijd of leesniveau geschreven is. Op het internet is de meerderheid van de content geschreven voor leesniveaus van studenten aan het einde van de middelbare school [7]. Het is alsof we een 10-jarige het boek “De ontdekking van de hemel” laten lezen.

Hoe Google leerlingen afleidt van hun onderzoek

Een andere reden waarom “Googelen” niet de beste oplossing is voor het zoeken naar informatie in het klaslokaal, wordt aan het licht gebracht in het rapport “Hoe tieners onderzoek doen in de digitale wereld” van de Pew Research Center [2]. Volgens een survey, waarin meer dan 2,000 basis- en middelbare school leerkrachten hebben meegedaan, betekent “opzoeken” voor veel leerlingen tegenwoordig hetzelfde als “Googelen”. Als gevolg, is het doen van onderzoek veranderd van “een relatief langzaam proces van intellectuele nieuwsgierigheid en ontdekkingen, naar een snel, kortdurige opdracht waarin net genoeg informatie wordt verzameld om een opdracht te kunnen uitvoeren”. Leerkrachten die mee hebben gedaan aan dit onderzoek vinden dat “de nieuwe zoektechnologieën leerlingen eerder afleiden dan dat het ze academisch bevordert.”

Deze afleiding begint al op erg jonge leeftijd, namelijk als kinderen Google gaan gebruiken voor schoolwerk. Binnen vijf minuten na het geven van een informatieve opdracht zijn ze allemaal YouTube filmpjes aan het kijken, welke (hopelijk) met het onderwerp van de opdracht te maken hebben.

Wat is het alternatief?

Er is waarschijnlijk geen betere plaats om je zoekopdracht op het internet te beginnen dan in een grote zoekmachine zoals Google, Bing of Yahoo. Dit geldt voor zowel transactionele zoekopdrachten, waarbij men op zoek is om iets te kopen, als voor zoekopdrachten waarbij er genavigeerd wordt naar specifieke websites zoals Facebook, Minecraft, Zalando of Amazon, etc. Dit is echter niet het geval voor informatieve zoekopdrachten, die nodig zijn voor het maken van schoolwerk of tijdens onderzoeksprojecten. Leerlingen worden dan constant afgeleid door de commerciële troep en bovendien zijn hun eigen vaardigheden om de relevantie of betrouwbaarheid van webcontent te beoordelen nog niet goed genoeg ontwikkeld. Nog erger, het interesseert ze niks. En daar bovenop komt ook nog eens dat de meerderheid van de content vaak veel te moeilijk is om te lezen of te begrijpen voor leerlingen.

Het geven van informatievaardigheden moet daarom worden geprioriteerd in de curricula van basis- en middelbare scholen. Tegelijkertijd kun je niet tegen leerlingen blijven zeggen dat ze het maar even moeten “Googelen” als ze op zoek zijn naar informatie online. Leerlingen moeten worden begeleid zodat zij ook gebruik gaan maken van andere middelen zoals online databases en academische stukken. Een alternatief is dat ze ondersteund worden door gebruik te maken van handmatig gecureerde content collecties, zoals Web for Classrooms, waarin alleen betrouwbare, informatieve websites worden geselecteerd die bovendien passen bij het leesniveau van de individuele leerling.

Bronnen

[1] mijnkindonline.nl/sites/default/files/uploads/Kennisnet_Monitor_Jeugd_en_media_2015.pdf
[2] www.pewinternet.org/2012/11/01/how-teens-do-research-in-the-digital-world/
[3] medium.com/@jamesbridle/something-is-wrong-on-the-internet-c39c471271d2
[4] techcrunch.com/2017/12/05/youtube-promises-to-increase-content-moderation-staff-to-over-10k-in-2018/?utm_medium=TCnewsletter
[5] gigaom.com/2015/02/11/the-viral-content-problem-many-people-dont-care-whether-its-true/
[6] mediashift.org/2017/08/how-to-teach-children-to-critically-evaluate-information-online/
[7] www.wizenoze.com/2018/04/23/the-readability-gap/

hannaHanna Jochmann

Specialist digitaal zoekgedrag van kinderen en product owner bij WizeNoze, gepromoveerd op een onderzoek naar zoekgedrag van kinderen en het effect van typen web design op het gedrag van kinderen. In haar rol als product owner schakelt Hanna steeds tussen de behoeften en wensen van de eindgebruikers en de prioriteiten voor het developers team.

Pin It on Pinterest

Share This

Share This

Share this post with your friends!