Er bestaat een uitgebreide discussie over het leren zoeken met Google versus het gebruiken van onze Content Collectie met leesbare en betrouwbare informatie voor kinderen en jongeren. In de blogpost van 4 januari 2016 gingen we hier al eerder op in. In deze post zetten we de argumenten nog eens duidelijk op een rij. Wat ons betreft is het en/en. Zoekeducatie en ondersteuning.

 

Wat moet je kinderen/jongeren leren wat betreft zoekvaardigheden in de omgang met zoekmachines? *

  • Vocabulaire uitbreiden (woordenschat is vaak ontoereikend voor het formuleren van een geschikte zoekopdracht)
  • Zoekopdrachten formuleren (nu vaak te kort: één woord; of te lang: hele zinnen en vragen)
  • Zoekresultaten beoordelen
  • Zoekopdrachten aanpassen (herformuleren)
  • Websites beoordelen op bruikbaarheid (dat is: leesbaarheid en betrouwbaarheid)
  • Omgaan met reclame en afleiding

* nog los van een algemene informatiestrategie zoals in de Big Six van Eisenberg/Berkowitz wordt beschreven.

Wat is het probleem met leren zoeken?

Uit onderzoek en uit jarenlange ervaring blijkt dat veel kinderen helaas behoorlijk ongevoelig zijn voor het leren zoeken. Kinderen verwachten, net als de meeste mensen, gewoon het beste resultaat bovenaan. Zelfs waar deze verwachting totaal niet reëel is op basis van bovenstaande punten. Ook het hanteren van suggesties vanuit de zoekmachine is nog lastige kost, want kinderen kijken bij het typen meestal naar het toetsenbord en niet naar het scherm.

Bovendien:

  • Leren zoeken kost veel tijd – en die is er vaak niet. Een paar lessen volgen over zoeken (en dat is nu de praktijk) is bij lange na niet genoeg.
  • Leren zoeken schiet ook vaak zijn doel voorbij, want er bestaat niet zoiets als een algemene zoekhouding. De Amerikaanse onderzoekers Foss/Druin definiëren bijvoorbeeld voor kinderen acht verschillende rollen, die allemaal een andere leercurve hebben. Kritisch kijken en lezen is vaak het beste wat je kunt bereiken.
  • Leren zoeken moet eigenlijk in alle vakken worden geïntegreerd en zover is het helaas nog lang niet.

Wat is het probleem met het zoeken via algemene zoekmachines?

  1. Algemene zoekmachines hebben geen boodschap aan de zoekintentie van kinderen. Kinderen zoeken vooral naar informatie (informational search) en naar bekende sites/pagina’s (navigational search). Kinderen hebben geen koopbedoelingen (transactional search). Algemene zoekmachines ondersteunen vooral de laatste twee intenties en heel simpel informatief zoeken.
  2. Algemene zoekmachines geven op geen enkele manier iets aan over de betrouwbaarheid van de informatie op websites, terwijl kinderen het moeilijk vinden de betrouwbaarheid van informatie zelf te beoordelen.
  3. Algemene zoekmachines geven veel te veel informatie, terwijl kinderen moeite hebben met het bepalen van relevantie van informatie voor hun zoekvraag.
  4. De meeste informatie via algemene zoekmachines is te moeilijk. Informatief internet in z’n geheel is naar schatting voor ongeveer 80 % geschreven op leesniveau B2 of hoger (dus leesbaar vanaf Havo 2/3). Waarom zouden we jongere kinderen of leerlingen met een lager opleidingsniveau dat dan allemaal laten door ploegen? Of waarom zouden we ze laten zoeken naar kinderinformatie, terwijl we niet eens zeker weten of die op een bepaald gebied wel beschikbaar is? Feit is bovendien dat leerlingen steeds minder lezen. Dan is het zoeken in te moeilijk leesbare teksten geen aanmoediging om meer te gaan lezen.

Wat is volgens ons wel een goede oplossing?

Wanneer verwacht je precies dat kinderen/jongeren het zoeken en verwerken van internetinformatie onder de knie hebben? Eind groep 8? Eind Havo/VWO? Na een hogere opleiding? En hoe help je de leerlingen in de tussentijd?

De WizeNoze Content Collectie biedt enorme voordelen:

  • Alle beschikbare relevante kinderinformatie wordt in onze Content Collectie verzameld en doorzoekbaar gemaakt
  • Deze content wordt op leesniveau aangeboden
  • De inhoud is betrouwbaar: geen nepnieuws, geen onzin sites zoals infonu.nl
  • De content collectie heeft geen commerciële bedoelingen, drijft niet op reclame-inkomsten. Nergens in de zoekmachine die de content collectie ontsluit, staan aanbiedingen of afleidende reclame (voor de individuele websites kunnen we niet garant staan)
  • De content in de collectie is veilig – gebruikers komen niet op nepsites/clickbait sites, niet op porno of geweld. Dat is geen kwestie van filteren, waardoor er altijd wel iets tussendoor zou kunnen glippen, dat is een kwestie van white-listen: geschikte bronnen selecteren.
  • De content wordt dagelijks geüpdatet en aangevuld.

Conclusie

Leren zoeken op internet is noodzakelijkerwijs educatie plus ondersteuning. Feitelijk is ondersteuning geven iets wat alle zoekmachines doen. Het gaat er vooral om slim te kiezen welke zoekmachine de zoekintentie van de gebruiker het best ondersteunt. Want één algemene zoekhouding bestaat niet.  

De WizeNoze Content Collectie biedt ondersteuning op leesbaarheid en betrouwbaarheid. Maar het gebruik van de content collectie geeft nog steeds volop ruimte aan het leren zoeken, dat natuurlijk altijd belangrijk blijft. Zowel het formuleren en herformuleren van zoekopdrachten, als het beoordelen van resultaten op bruikbaarheid voor je precieze zoekvraag (inclusief het localiseren van de informatie op de gevonden webpagina) en het omgaan met reclame op relevante websites, kunnen hier op elk ontwikkelingsniveau geoefend worden.

Maarten Sprenger

Maarten Sprenger geeft workshops Informatievaardigheden, schreef het boek Slim Zoeken op internet (2013) en werkt aan Slim Zoeken 2 - Omgaan met online informatie (2018).

Maarten werkt sinds 2014 bij Wizenoze als specialist kinderinformatie en zoekgedrag.

E-mail: maarten@wizenoze.com

Linkedin

Pin It on Pinterest

Share This

Share This

Share this post with your friends!