Het internet is een geweldig medium dat de levensstandaard van vele mensen significant kan verbeteren. Ze hebben heel gemakkelijker toegang tot informatie en kunnen zich daardoor goed ontwikkelen. Hierdoor kan het internet een mooie en vernieuwende rol spelen in het onderwijs. Aan de andere kant wordt het internet vaak als een bedreiging gezien. Zo verscheen vorige week in het nieuws dat het CDA wil dat er werk wordt gemaakt van een kijkwijzer bij filmpjes op YouTube. De partij vindt dat kinderen die filmpjes op het platform kijken beter moeten worden beschermd tegen beelden met seks, geweld en grove taal [1].

Schadelijke content is niet het grootste probleem

Het uitgangspunt om kinderen te willen beschermen van het zien van schadelijke content online is natuurlijk heel goed, al is het waarschijnlijk onmogelijk om alle filmpjes op YouTube te voorzien van een kijkwijzer-classificatie, zeker met terugwerkende kracht.

Er ligt alleen een veel grotere uitdaging dan het beschermen van kinderen en jongeren van het zien van schadelijke content via het internet (lees: Google en YouTube). De enorme potentie van het internet voor het onderwijs staat onder druk omdat het vinden van geschikte informatie zo goed als onmogelijk is. Het gebruik van het internet voor onderwijsdoeleinden brengt voor veel scholieren namelijk op dit moment grote problemen met zich mee.

“Google het maar even” kan echt niet meer!

Bijna alle Nederlandse scholieren maken gebruik van Google om informatie te vinden voor hun schoolopdrachten [2]. Op de basisschool, de middelbare school en zeker ook op het beroepsonderwijs.  Logisch natuurlijk, want Google biedt toegang tot alle beschikbare online content over elk denkbaar onderwerp. Als je weet naar welke website je wilt gaan, of als je iets wilt kopen, dan is Google ook een van de beste plekken om je online zoektocht te beginnen. Maar voor het zoeken naar informatie voor je schoolwerk is dat niet het geval. Het internet staat vol met hele goede en geschikte informatie om te gebruiken in het onderwijs, maar de vraag is hoe scholieren daar komen? Wat is het probleem:

  1. Het aantal resultaten dat Google geeft is overweldigend. Het is lastig voor  scholieren om te bepalen welke informatie relevant is voor hun zoekvraag en ze zijn nog niet goed in staat de betrouwbaarheid van informatie te beoordelen. De afleiding van commerciele aanbieders en websites met fake news ligt continue op de loer.
  2. Maar een nog groter probleem is dat de meerderheid van de teksten op internet ook nog eens te moeilijk geschreven zijn waardoor het moeilijk is voor hen om het te begrijpen.

Kortom, het probleem van internet is nog veel groter dan het gevaar van het zien van schadelijke content: de huidige versie is een onleesbaar, onbetrouwbaar en irrelevant voor educatieve doeleinden.

Gebrek aan online informatievaardigheden

De voorkeur van kinderen om Google te gebruiken komt eigenlijk doordat zij aanzienlijk achterlopen met hun online zoekvaardigheden. Het kenmerk van huidig zoekgedrag berust op routine en effectiviteit in plaats van doorgrondigheid en informatievaardigheden [3]. Wij gaan er maar al te makkelijk van uit dat kinderen “digital natives” en dus “experts” zijn als het gaat om het gebruik van digitale media. Zij beginnen al op erg jonge leeftijd met het gebruik van digitale apparaten en kennen geen wereld zonder computers, videospellen en het internet, waardoor wij denken dat zij alles wel weten. Het is echter naïef om deze conclusie te trekken als het gaat om het zoeken naar (educatieve) informatie. Hoewel kinderen digitaal heel handig zijn, hebben zij niet zomaar de vaardigheden die nodig zijn om goed om te kunnen gaan met online informatie.

Hoe vind je dan wel geschikte educatieve content op internet?

Er is heel veel goede informatie te vinden op internet die te gebruiken is binnen het onderwijs. Zo heb je bijvoorbeeld veel goede YouTube kanalen van docenten die onderwerpen uit het curriculum toelichten. Zoals je YouTube video’s of kanalen als ‘geschikt’ zou kunnen bestempelen voor kinderen en jongeren, zo kun je dat voor het hele internet doen voor het gebruik ervan in de klas. Het ‘eruit filteren’ van ongeschikte content (ook wel blacklisting genoemd) is maar een begin. Je kunt scholieren helpen door een voorselectie te maken van de vele betrouwbare, informatieve websites en YouTube kanalen die gemaakt zijn en dus geschikt zijn voor de verschillende leesniveaus van leerlingen (ook wel white listing genoemd). Op die manier weet je zeker dat leerlingen relevante en betrouwbare informatie kunnen vinden voor hun schoolwerk op hun eigen niveau. Bovendien kan je op deze manier ook nog eens heel voorzichtig omgaan met de data van de leerlingen, omdat commercie hier geen enkele rol speelt.

In plaats dat het internet een bedreiging vormt voor scholieren, komt de kracht van het internet op deze manier juist ten goede aan het onderwijs. Het draagt op die manier bij aan een inclusieve samenleving met gelijke kansen voor iedereen. Dat willen we toch allemaal?

Bronnen

[1] https://nos.nl/artikel/2261838-cda-ook-een-kijkwijzer-voor-youtube.html
[2]mijnkindonline.nl/sites/default/files/uploads/Kennisnet_Monitor_Jeugd_en_media_2015.pdf
[3] https://www.inforum.cz/pdf/2011/vom-orde-heike.pdf
[4] gigaom.com/2015/02/11/the-viral-content-problem-many-people-dont-care-whether-its-true/

 

hannaHanna Jochmann

Specialist digitaal zoekgedrag van kinderen en product owner bij WizeNoze, gepromoveerd op een onderzoek naar zoekgedrag van kinderen en het effect van typen web design op het gedrag van kinderen. In haar rol als product owner schakelt Hanna steeds tussen de behoeften en wensen van de eindgebruikers en de prioriteiten voor het developers team.

Pin It on Pinterest

Share This

Share This

Share this post with your friends!